Namelijk: dat je er moet staan als het jouw beurt is. En dat je blijft gaan als het misgaat.
Bij honkbal zie je dat het duidelijkst. Er is veel wachten. Veel kijken. En dan komt dat ene moment waarop het aan jou is. Dat vraagt geduld, en geduld is voor veel jongeren het lastigste onderdeel van de training. Niet het slaan of het vangen.
Bij zaalvoetbal is het omgekeerd. Alles gaat snel, de bal is er zo weer af. Wie na een verkeerde pass blijft hangen in zijn frustratie, mist de volgende drie acties. Doorgaan is daar geen mooie boodschap, het is gewoon noodzakelijk om mee te blijven doen.
Basketbal zit ertussenin. Je mist, je scoort, je mist weer. Het spel dwingt je om je eigen fouten te relativeren, wedstrijd na wedstrijd.